Een hartgeruis, ook wel souffle genoemd, is een geluid dat men bij auscultatie van het hart met een stethoscoop kan waarnemen. Het geruis wordt dikwijls veroorzaakt door een turbulentie in de stroming van het bloed. Het geluid dat op die manier wordt geproduceerd kan duiden op een afwijking van het hart.

Bij gezonde mensen produceert het hart twee harttonen:

  • De periode tussen de 1e en 2e toon heet systole; dan trekken de kamers samen; De eerste toon wordt indirect veroorzaakt door het sluiten van de atrioventriculaire (AV) kleppen. Dit zijn de mitralisklep en de tricuspidalisklep, beide gelegen tussen de boezems en kamers van het hart. Indirect betekent hier dat het stagneren van de bloedstroom tegen de dichte kleppen het geluid geeft. De periode na de 2e toon heet diastole, het moment waarop de kamers weer ontspannen. De tweede toon wordt indirect veroorzaakt door het sluiten van de ventriculo-arteriële (VA) kleppen, ook wel semilunaire (halvemaanvormige) kleppen genoemd. Dit zijn de aortaklep en pulmonalisklep, gelegen tussen de hartkamers en de grote bloedvaten (longarteriën en aorta). Naast de eerste en tweede harttoon bestaan er ook een derde en vierde harttoon, die bij de meeste mensen niet hoorbaar zijn. De derde harttoon valt vlak na de tweede harttoon en wordt veroorzaakt door de snelle vullingsfase van het hart. De vierde harttoon is altijd pathologisch en wordt veroorzaakt door het samentrekken van de boezems. We kunnen een onderscheid maken tussen een systolisch geruis en een diastolisch geruis. Systolisch te horen als " boem - sss - boem - rust "; Diastolisch te horen als " boem - boem - sss - rust " Belangrijk is om weer te geven op welke plek het geruis het luidst is. De luidheid van geruisen wordt gescoord op een schaal van I tot VI: Graad I: zeer zacht, nog juist hoorbaar. Graad VI: buitengewoon luid, te horen met stethoscoop los van de huid.